web analytics

Review Bryston 3B³

Prijs: € 5250

Bouwkwaliteit
Inzetbaarheid
Klank
Prijs
Bryston 3B SST3

‘First to last watt’

Bryston 3B SST3

Bryston heeft vanaf de SST2 lijn een belangrijk ontwerpcriteria geïntroduceerd; ‘de eerste tot de laatste watt’ filosofie. Hierbij zijn een aantal aspecten belangrijk. Uiteraard het maximaal terugdringen van crossover vervorming, ruisniveau en overige vervorming, maar ook een stabiele voeding en snelle transistors in de eindversterkingstrap dragen hier aan bij.

Al deze aspecten zorgen er voor dat de geluidskwaliteit en controle bij lage volumes net zo hoog is als bij hogere volumes. Voor de ‘Quad-Complementary’ techniek is hierbij een hoofdrol weggelegd. Aanvankelijk toegepast in de eindtrap van de SST2 en nu dus ook in de voortrap van de 3B³. Deze techniek zullen we op een hele simplistische manier aan u proberen uit te leggen.

Quad-Complementary techniek

Elke solid state versterker is opgebouwd met transistors. Wanneer de versterker in klasse A is opgebouwd, dan kan de versterker – in theorie – volstaan met een enkele transistor. De voorspanning (bias) wordt ingesteld op (ongeveer) de halve voedingsspanning. Hierbij is het voordeel dat, indien de transistor lineair versterkt, met het aanbieden van – zeg – een zuivere sinus, eveneens een zuivere sinus wordt uitgestuurd. Voor puristen de enige manier van versterken, maar dit principe is inefficiënt, energieverslindend en een karakteristiek van een transistor is nooit 100% lineair.

Hierom is de complementaire eindtrap bedacht, op basis van twee transistors met een verschillende polariteit. De ene versterkt de bovenste helft van de sinus, de andere de onderste helft (push en pull). Het voordeel is dat deze manier van ontwerp een veel hoger uitgangsvermogen biedt, veel efficiënter werkt en vooral goedkoper is in energieverbruik. Het nadeel hiervan is dat geen twee transistors exact met elkaar matchen en dat er altijd een zogenaamde ‘crossover’ vervorming optreedt.

Nu is dit deels op te lossen door een goed ontwerp en de bias instelling zodanig aan te passen dat het effect wordt geminimaliseerd, maar dit neemt het nadeel van deze techniek niet weg. De artefacten van de nul-kruising blijven. In de praktijk wordt de eindtrap continu belast met de impedantie, inductie en de capacitieve aspecten van een speaker, welke op hun beurt weer extra nadelige effecten uitoefenen op de crossover vervorming en symmetrie.

Hier heeft de Bryston R&D afdeling bij introductie van de ST versterkerlijn halverwege de jaren ’90 van de vorige eeuw iets op bedacht; de Quad-Complementaire eindtrap. Zoals de naam al doet vermoeden, maakt Bryston gebruik van een viertal transistors in een complementaire schakeling; twee ‘gepairde’ transistors van verschillende polariteit voor de versterking van de positieve helft van de sinus en twee ‘gepairde’ transistors van verschillende polariteit voor de versterking van de negatieve helft van de sinus. Door het vormen van transistorparen ontstaat er een ‘gecombineerde’ karakteristiek voor zowel de versterking van de bovenste helft als voor de negatieve helft. Deze manier van versterking heeft als voordeel dat de bovenste helft van de sinus nu wel goed aansluit op de onderste helft en op deze manier wordt de crossover vervorming – virtueel – geëlimineerd. Bovendien is de eindtrap hiermee minder gevoelig voor de eerder genoemde nadelige aspecten die een speaker op de eindtrap uitoefent.

Nu vinden de techneuten van Bryston dat ze deze techniek bij de cubed-serie ook bij de ingang kunnen toepassen om vergelijkbare nadelen te elimineren. In theorie klinkt het leuk, maar wij vragen ons af of we dit in het echte leven ook kunnen horen.

Gerelateerde berichten

Kinky Studio EX-M1

Review Kinki Studio EX-M1+

‘First to last watt’ InhoudDeze review wordt wat pikanter dan u van ons gewend bent want vandaag testen we de Kinki Studio EX-M1+. U hoort het goed Kinki Studio, een relatief jong bedrijf uit China dat sinds 2008 aan de weg timmert. De EX-M1+ is een geïntegreerde versterker met een verleidelijk uiterlijk en dat maakt […]

Zo moet het volgens Dream Sensations! Wat een verschil in rust, definitie en fundament zeg... ongelooflijk.

DreamSensations: magie!

‘First to last watt’ InhoudWie een Musical Fidelity V-Dac, een Logitech Squeezebox of wellicht een Arcam rDac heeft gekocht, kent het probleem: het is een prima product, maar wat is de voeding toch slecht. En dat komt de prestaties niet ten goede. DreamSensations heeft een zeer betaalbare en uiterst effectieve oplossing: de Squeeze-upgrade Sbooster en […]

5 reacties

  1. Overdrijven is een vak, maar met vermogen is dat niet te overdrijven. Elke 3dB is een verdubbeling in volume. Met het wattage is dit x 10 en ben het eens dat bv een 150 watt veel beter kan klinken dan een 100 watt. Maar de 80 watt mono buizenbak doet het ondanks deze watt’s ook perfect. Het is inderdaad een must om nergens op te bezuinigen want met dit materiaal hoor je echt grote verschillen.

  2. @Offgrid. Dankjewel voor deze reactie. De ‘Cubed’ serie is inderdaad heel erg goed.

    Wat u omschrijft over de scherpte van een SST2 ten opzichte van een ‘Cubed’ herken ik niet. Ja, de ‘Cubed’ is beslist beter dan de SST2, maar beide 4B’s zijn zodanig ontworpen dat de vervorming juist bij hogere volumes gelijk blijft. Deze techniek hebben de Bryston amps al vanaf de SST lijn.

    Het zou wellicht een mismatch met de gebruikte voorversterking kunnen zijn. De ‘Cubed’ heeft namelijk een vernieuwde input trap die hem beter laat matchen met een ander merk voorversterker. Toch zou ik ‘scherpte’ zelf elders zoeken.

    Mijn ervaring heeft me geleerd dat als een Bryston scherp klinkt, dit doorgaans wordt veroorzaakt door een zwakke schakel elders in de keten, zoals de stroomvoorziening. Denk hierbij aan een OEM netspanningskabel. Bij zware eindversterkers in een dergelijke high-end klasse is het altijd raadzaam te investeren in kwalitatief hoogwaardige bekabeling.

  3. Onlangs de gelegenheid gehad om de 4BSSTcubed en de 4BSST2 achter elkaar te mogen beluisteren op mijn eigen PMC OB1 transmissielijn speakers bij mij thuis.
    Wat opvalt is de enorme verbetering qua muzikaliteit maar ook de wat zachtere manier waarop de SSTcubed omgaat met het hoog. Waar de SST2 juist erg agressief en soms een tikkie schel klinkt als je op een wat hogere SPL draait, valt het je bij de cubed versie pas op als je iets wilt zeggen tegen diegene die naast je zit en je beseft dat je redelijk onvermoeid naar deze versterker kunt luisteren op meer dan normale geluidsnivo’s.
    Voor wat betreft de controle in het laag zijn beide versterkers zeer zeker aan elkaar gewaagd. Voor wat betreft het prijsverschil van nog geen € 800 tussen de 3 en 4 zou ik eerder gaan voor de laatste, zeker omdat er een ingangsbegrenzing op zit die de versterking een 6? tal dB’s terugschroeft. In mijn beleving kun niet genoeg power reserve ter beschikking hebben en een versterker die wat extra watts kan leveren aan eventueel tegenstribbelende speakers verdient daarom te allen tijde mijn voorkeur. Als analogie: Met een leopard tank je caravan de berg op trekken is natuurlijk pure waanzin, maar de overkill aan vermogen is wél lekker! :-)

Geef een reactie