web analytics

Muzikale series – deel 4 – Minimal Music

Minimal music staat tot een symfonie als dance staat tot hardrock. Het is een stroming die grote vernieuwing in de westerse muziek heeft gebracht.

Componisten experimenteerden in de jaren 50 met analoge elektronica en tape. In Europa pionierden componisten zoals Edgar Varèse en Karl Heinz Stockhausen hiermee en beïnvloedden een hele garde jonge componisten wereldwijd.

De jonge Terry Riley was werkzaam in het San Fransisco Tape Music Center in de jaren 60, samen met een aantal andere jonge componisten. Ook hij luisterde naar wat Stockhausen en aanverwante componisten deden. Daarnaast kreeg hij les van een docent Indiaase muziek en die lessen hebben een enorme invloed op zijn aanpak van componeren gehad.

Als je de ritmes en instrumenten uit de Indiase muziek mengt met sampling technieken, die toen nog bestond uit letterlijk stukjes tape knippen en plakken en uit het maken van tape loops, waarbij de uiteinden van de tape aan elkaar werden geplakt zodat een zich oneindig herhalend stuk muziek ontstond, dan kom je uit bij “A Rainbow in Curved Air” en “Poppy No Good And The Phantom Band”. Je hoort direct waar elektronische bands als Tangerine Dream en later de DJ’s uit de Acid House hun inspiratie hebben opgedaan.

Terry Riley en de impact van “In C”

Tape loops en drones zijn kenmerkend voor minimal music. Drones zijn oneindig aangehouden tonen met minimale variaties, iets wat met electronica en tape als een nieuw soort geluid mogelijk werd en waar gretig gebruik van gemaakt werd.

Er is één ander aspect van minimal music dat de stroming kenmerkt en Riley heeft deze met “In C” geïntroduceerd: patronen die niet gecomponeerd zijn, maar die bij toeval ontstaan uit een compositie. Een compositie die wel gebaseerd op de regels van gecomponeerde muziek zoals wij die in de westerse klassieke wereld kennen.

Bijna iedereen heeft op school ‘Vader Jacob’ gezongen in canon. Vader Jacob is een hele simpele melodie die rijker van klank wordt als je hem door elkaar zingt: je stapelt klanken. Bij een canon valt iedere groep zangers in met dezelfde melodie na een vaste tijd. In het geval van Vader Jacob begin je met zingen nadat de vorige groep zangers de woorden ‘Vader Jacob’ hebben gezongen. Als je die timing variabel maakt, of je geeft de uitvoerders de keuze welke stukje muziek ze kiezen, dan ontstaan er bij toeval patronen.

“In C” is op dat principe gebaseerd. Het stuk kent 53 fragmenten. Iedere speler of instrumentengroep begint vooraan en speelt de fragmenten, maar je mag zelf bepalen hoe vaak je een fragment herhaalt, of je allemaal gelijk begint aan een fragment of dat je het in canon speelt. Het tempo en het ritme staat vast en wordt vaak met percussie aangegeven. De enige aanwijzing die Riley geeft is dat je 2 tot 3 fragmenten van elkaar verwijderd blijft als gehele groep, zodat je wel van voor naar achter door de muziek heen beweegt. Dit is waar de invloed van de Indiase docent zichtbaar is. Raga muziek is op dit principe gebaseerd, zoals veel muziek die niet als noten op schrift staan, maar waar muzikanten generatie op generatie melodieën, fragmenten en patronen doorgeven en uit het hoofd leren en tijdens het spelen elkaar sturen.

Er zijn oneindig veel verschillende uitvoeringen van “In C”: een klassiek orkest, een klein ensemble, een koor en ook deze waanzinnige uitvoering van, jawel, een Raga band. Er bestaat zelfs een door DJs gemaakte remix cd van “In C”.

“In C” is een simpel, maar daardoor ontzettend krachtig stuk muziek dat in compositietechniek een breuk is met de steeds complexere en abstracte muziek waar tijdgenoten van Riley in Europa en de Verenigde Staten mee bezig waren en wat tegelijk een radicale vernieuwing was in de westerse uitvoeringspraktijk van muziek met ‘klassieke’ instrumenten en ensembles.

Steve Reich

In hetzelfde San Fransisco Tape Music Center werkte Steve Reich. Reich ging een andere kant uit dan Riley. Herhaling van patronen geeft een ander effect als je twee of meer tapes heel langzaam uit sync laat lopen. Wie wil horen wat er dan gebeurt moet naar “It’s gonna rain” luisteren.

Reich heeft de kunst van het verschuiven van patronen zich tot in de perfectie eigen gemaakt. Het stuk “Six pianos” laat horen dat het leidt tot bijna hypnotische muziek. Verschuivende patronen op instrumenten is niet nieuw, drum muziek uit Afrika die urenlang doorgaat om een trance op te roepen is daar een voorbeeld van. Reich heeft dan ook in Ghana gestudeerd, maar heeft alleen dit element eruit genomen.

Van vrij experimentele muziek is Reich steeds complexere stukken gaan maken, gebaseerd op de akkoorden die wij kennen uit onze westerse toonladders. Voor mij is het hoogtepunt “Music voor 18 Musicians”. Ik heb dit live mogen zien in een uitvoering van het ASKO Ensemble en Slagwerkgroep Den Haag voor een uitzinnig publiek in de Kunsthal in Rotterdam, een van de meest magische concerten die ik ooit bijgewoond heb. Het stuk roept iets op, het is 45 minuten wegzweven van deze planeet naar een ander universum.

Voor wie van jazz houdt raad ik aan om “Electric Counterpoint”, uitgevoerd door Pat Metheny te beluisteren. Metheny speelt live over twee tapes die hij zelf ingespeeld heeft. Je hoort heel duidelijk repeterende fragmenten die in- en uitfaden en akkoorden die over elkaar heen gelegd worden. De stapeling van klanken van de elektrische gitaar klinkt alsof er percussie, een puls ontstaat. “Electric Counterpoint” is zeer kenmerkend voor de compositiestijl van Reich, het is onmiddellijk herkenbaar als Reich. Voor wie wil zien hoe dit werkt kan ik de opname van Mats Bergström op YouTubeaanbevelen.

Het grappige van Reich is dat hij een soort omgekeerde reis heeft gemaakt. Van experimenteel naar steeds meer klassiek klinkende composities.

Lennon en McCartney, Bob Dylan en Joni Mitchell worden vaak genoemd als ‘musician musicians’, als muzikanten waar muzikanten graag en veel naar luisteren. Reich heeft een vergelijkbare statuur.

Ook in Nederland

Veel mensen kennen Simeon ten Holt’s “Canto Ostinato”, zeker als ze het horen. Het is een stuk waar mensen die beweren ‘niets met klassieke muziek te hebben’ enorm door geraakt worden. In 2007 werd het opgevoerd in de hal van het Centraal Station in Utrecht. Ten Holt zelf voelde zich niet verbonden met minimal music, maar als je luistert hoor je dat de overeenkomsten groter zijn dan de verschillen. Ik kan de fraaie live uitvoering, met Ivo Janssen op piano en Mallet Collective Amsterdam op vibrafoon en marimba aanbevelen.

De impact van minimal music

De invloed van minimal is duidelijk terug te horen en dat juist buiten de klassieke muziek.

Het bruine album van Orbital bijvoorbeeld kent twee duidelijke referenties. Vergelijk “Time becomes” maar eens met “It’s gonna Rain”. De track “Planet of Shapes” bevat een sample van een werk van Terry Riley.

De band Mammal Hands noemt Reich expliciet als inspiratiebron. Het album “Shadow Work” laat die invloed ook duidelijk horen, zonder dat het een Reich kloon is.

Album overzicht

Riley: A Rainbow in Curved Air – Terry Riley, Sony Classical, 1988

Riley: In C – Carnegie Hall presents (series), Sony Classical, 2009 (dit is de originele uitvoering)

Riley: In C – Bang On A Can, Cantaloupe Music, 2011

Riley: In C – Paul Hillier, Da Capo, 2007

Riley: In C – Brooklyn Raga Massive, Northern Spy Records, 2017

Riley: In C Remixed – Grand Valley State University New Music Ensemble, Innova, 2009

Reich: Works 1965-1995 – Diverse artiesten, Nonesuch , 1997.

Reich: Drumming, Music for Mallet Instruments, 6 Pianos – Diverse artiesten, Deutsche Grammophon, 1974

Ten Holt: Canto Ostinato live at the Concertgebouw – Ivo Janssen, Mallet Collective Amsterdam, VOID Classics, 2016

Orbital: 2 – London Music Stream, 1993

Mammal Hands: Shadow Work – Gondwana Records, 2017

 

5 reacties

  1. De componist Morton Feldman mag van mij ook op de lijst. En speciaal: Rothko Chapel / Why Patterns?. discogs.com/Morton-Feldman-Rothko-Chapel-Why-Patterns/release/897788

    Ik weet niet of popmuziek genoemd mag worden: Mark Hollis. Zijn enige soloalbum.

  2. Wat aan dit lijstje niet mag ontbreken zijn albums van Nik Bärtsch’s Ronin, zoals Holon (mijn favoriet), Stoa en Llyrìa. Niks geen elektronica, alles live gespeeld en ze zitten dit live ook heel sterk neer. Ook andere projecten van hem, waaronder nu solo met alleen zijn vleugel, passen goed in dit rijtje.

    Opname kwaliteit van dit alles is trouwens subliem, stil zitten luisteren lukt niet en het nodigt uit de volumeknop flink rechtsom te draaien.

Geef een antwoord