Platenspelers

Vinyl is al jaren enorm in opkomst. Niet alleen onder liefhebbers, maar ook onder jongeren. De reden is dat het veel meer een ritueel is een plaat op te zetten dan simpelweg iets uit de cloud te spelen. 

Een platenspeler werkt op basis van een analoog signaal dat uit te lezen is uit een groef die in een stuk kunststof is aangebracht. Deze groef wordt erin geperst. In eerste instantie wordt er een master gemaakt – koper of ook kunststof – waarna de master wordt overgezet op een matrijs (de moeder). Deze moeder maakt weer matrijzen die gebruikt worden in de pers.

Element / naald

Een naald – ook wel element genoemd – tast deze groef af. Er zijn MM en MC elementen. MM staat voor Moving Magnet (de magneet beweegt binnen een spoel). MC staat voor Moving Coil (de magneet staat stil, de spoel beweegt).

MM is wat gunstiger van prijs en wordt dan ook meer gebruikt. MM heeft ook een iets hogere ‘gain’, waardoor er ongeveer een factor 10 minder versterking nodig is. (5 mV t.ov 0,5 mV) Wat natuurlijk wat eenvoudiger is voor de phono-versterker.

Naalddruk en hoek

Het element moet de groef goed kunnen volgen. Daardoor is afstellen cruciaal. Het perfect afstellen is echt een vak. De hoek moet goed staan, de naalddruk moet goed zijn…. het is echt een kunstje. De verschillen zijn echter enorm tussen een slecht afgestelde tafel en een goede.

RIIA

Zeg je platenspelers, dan zeg je RIIA. Een plaat heeft weliswaar een analoog signaal in de groef staan: dit signaal is wel wat aangepast, zodat het spoor ook goed te volgen is voor een naald. Het laag is bijvoorbeeld wat zachter gemaakt, en het hoog weer wat harder. Ook uiteindelijk tot een goede weergave te komen, is er een correctie nodig: de RIIA-‘correctie’. In feite gaat het gewoon om een equalizer die alles weer recht trekt.

0

0

Related Articles