web analytics

Serie aanschaf nieuw systeem – Aflevering 4 – Versterker en Luidspreker matchen

Pass Labs XP-22

Inleiding

Inhoud

In de audio draait het allemaal om combineren. Zowel de set met de ruimte als de componenten in het audiosysteem onderling. Een groot misverstand – vinden wij – is dat een set geschikt moet zijn voor een bepaald genre. In principe moet een audiosysteem alle muziek gewoon kunnen weergeven. Immers: het enige dat een hifiset doet, is aan het einde van de rit lucht in beweging brengen.

Een van de meest gestelde vragen op Alpha Audio is welke versterker bij een bepaalde speaker past. En andersom: welke speaker past het beste bij deze versterker.

Nu snappen we heel goed dat liefhebbers met deze vraag zitten. Immers: er is gigantisch veel keuze in de industrie. Er zijn talloze merken met talloze modellen. En dan is er ook nog stereo en surround. Om over custom install maar te zwijgen: in-wall, in-ceiling, on-wall… etc.

We lopen voor u een paar belangrijke specificaties van luidsprekers en versterkers langs. Deze zaken zijn vooral technisch en hebben niet zozeer met klank te maken. Helaas is het namelijk wel zo – in tegenstelling tot de computerwereld – dat technische specificaties lang niet alles zeggen. Watts zeggen bijvoorbeeld helemaal niets over weergavekwaliteit. Frequentiebereik zegt ook lang niet alles. Om over versterkerklasses maar te zwijgen.

Aanbevolen vermogen

Laten we eens beginnen met de grootste inkopper: het aanbevolen vermogen. Elke luidspreker krijgt een aanbevolen vermogen mee.

Echter waar deze indicatie geen rekening mee houdt, is hoe schoon het vermogen is. Clipt de versterker al? Clipping is namelijk dodelijk voor een luidspreker. Daarbij zijn er versterkers met niet heel veel vermogen die toch veel stroom kunnen leveren en dus prima zouden kunnen matchen.

Eerlijk gezegd kijken wij nooit naar deze cijfers, aangezien ze vrij zinloos zijn in onze optiek.

Rendement en impedantie

Een goede indicator voor het inschatten van een match is het rendement van een luidspreker. Gemiddeld is zo’n 86dB tot 90dB. Hoog is 93dB. Er zijn luidsprekers – met name hoorns – die boven de 100 dB rendement hebben.

Dit rendement wil zeggen hoeveel geluidsdruk – dB – een luidspreker bij 1 watt – of 2.83 volt – op één meter afstand kan geven. Hoe hoger het rendement, hoe harder u kunt spelen.

Echter, belangrijker is de impedantie. Want dat geeft aan hoe lastig de belasting is. Vaak geeft een fabrikant een gemiddelde / nominale impedantie op: 4 of 8 Ohm. Het gaat echter om de laagste impedantie. Vaak is die te vinden in het laaggebied. En soms wil een luidspreker nog weleens dippen naar 2 Ohm of lager. En dat maakt het een lastige luidspreker voor kleinere versterkers. Resultaat: clipping en instabiliteit.

Hoe weet u wat het impedantiegedrag is van een luidspreker? Dat kan vrij lastig zijn, aangezien lang niet alle fabrikanten deze opgeven. Al zien we wel steeds vaker dat er een nominale en een minimale waarde wordt opgegeven.

Unit configuratie

Meer is beter… toch? Drieweg is toch beter dan tweeweg? Nou… Nee. Zeker niet. Hoe meer units een luidspreker bevat, hoe complexer de constructie. En u zult begrijpen dat een complexe luidspreker meer aandacht en investeringen vergt dan een minder complex model. Kortom: veelal klinkt een minder complexe luidspreker beter. Tenzij we een fors budget hebben natuurlijk.

Onze ervaring is dus dat een tweeweg monitor van 1000 euro per set vaak beter klinkt dan een drieweg vloerstaander van hetzelfde bedrag.

Nu is het – gek genoeg – niet per-sé zo dat een grotere luidspreker met meer units moeilijker is om aan te sturen. Sterker nog: een zeer compacte tweeweg luidspreker die wél heel diep laag kan weergeven is vaak veel lastiger aan te sturen. De Bowers & Wilkins PM1 is een berucht voorbeeld.

Gerelateerde berichten

Acoustic Matters

Redactiebezoek: Acoustic Matters

Inleiding InhoudWe zijn al een tijdje bezig onze luisterruimte te verbeteren. Bij het betrekken van het pand hebben we simpelweg de galm weggedempt om te kunnen beginnen. Onlangs hebben we een deel van de demping weggehaald en diffusers geplaatst. Een grote stap in de goede richting. Echter: het kan natuurlijk altijd beter. Tijd om een […]

10 reacties

  1. “100 watt in 8 Ohm is iets anders dan 100 watt in 4 Ohm. Dat laatste is in feite de helft van het vermogen.”

    Nee hoor. 100 Watt is toch echt 100 Watt. En bij vergelijkbaar rendement levert het evenveel geluid op.

    Leuke serie, maar wel jammer dat het allemaal erg kwalitatief blijft. ‘Er zijn grote verschillen, apparaten moeten bij elkaar passen, ga vooral luisteren.’

    Kwantificeer de gegevens: wat voor dempingsfactor heeft (bijvoorbeeld) een versterker van 250 euro, en is dat (veel) beter bij een versterker die tien keer zo duur is of spelen daar nog weer andere dingen mee? Wees niet te bang om zo nu en dan een beestje bij de naam te noemem.

  2. Bij Watts (versterker) mis ik eigenlijk nog het volgende:
    – is het vermogen in RMS, DIN, PMPO
    – bij welk vervormngspercentage
    Ik lees wel eens bij versterkers, vooral Japanse merken, van bijvoorbeeld 75 Watt RMS bij 8 ohm, 0,02% vervorming. 150 Watt bij 4 ohm en 0,7% vervorming.
    Of je ziet het volgende 75 Watt bij 8 ohm RMS (20 Hz – 20 kHz) en 150 Watt bij 4 Ohm DIN (1kHz).
    De vermogens waarden bij 4 ohm zijn geen verdubbeling van het vermogen bij 8 ohm.
    Ikzelf heb als eis dat het vermogen bij 4 ohm ongeveer anderhalf keer zo groot is als bij 8 ohm, gemeten volgens dezelfde meetmethode.

  3. Beste Jaap, Ik hoop dat je ook nog tijd hebt om de Cambridge edge W reviewen.
    Ik ben benieuwd naar het verschil tussen edge NQ met edge W en 851W met 851N
    In combinatie met BW 805D3.
    Groet,
    Frank.

Geef een reactie