Nieuwe meetapparatuur – LISN – inzicht in voedingsruis!

Uw auteur houdt wel van meten aan apparatuur. Er staat bewust “uw auteur”, want niet alle auteurs zijn zo bezig met scopes, weerstanden en analyzers. Maar goed: ieder zijn of haar ‘ding’. Het gevaar van dit ‘ding’: het houdt nooit op. En ja: er is weer wat toegevoegd: een LISN. Wat? Nou… listen… 

LISN staat voor Line Impedance Stabalyzer Network. Het wordt ook wel een ‘Artificial Mains’ genoemd. Wij passen het op twee manieren toe; het is een zeer effectieve ontkoppeling van het lichtnet – wat vaak érg handig is! – én het maakt het mogelijk om voedingsruis te meten. Zeer nauwkeurig zelfs, aangezien deze LISN van 9 kHz tot 30 MHz kan meten.

We hebben de Tekbox-software er niet bij aangeschaft (ongeveer 500 Euro extra, dus iets om goed over na te denken). Deze software werkt naadloos samen met de Rigol Spectrum Analyzer en maakt zéér nauwkeurige metingen mogelijk door stitching toe te passen. (Zes losse, zeer nauwkeurige blokken samenvoegen tot één grote meting). Het is dus wel interessant en mocht het in een later stadium waardevol blijken, dan kunnen we er over nadenken.

Trafo

Een LISN moet aangesloten worden op een scheidingstrafo. We zijn daar ‘the hard way’ achtergekomen… de stop klapt er direct uit als je deze gewoon in het stopcontact doet en dan aanzet. Heel fijn voor de PFsense router, Synology NAS en Unraid-server die – blijkbaar – op een inmiddels defecte UPS hangen. De tweede UPS schakelde netjes over. Dus de switches en andere servers en NAS-systemen pruttelen lekker door. Ach: nu weten we dat we de andere unit moeten vervangen.

Eenmaal gekoppeld aan de trafo, verloopt alles soepel. De eerste proefmetingen aan switches laten mooie resultaten zien die ook overeenkomsten vertonen met de andere metingen die we met witte ruis hebben uitgevoerd. Veelbelovend dus!

Degelijke ground

Wat belangrijk is bij een LISN-meting is dat de apparatuur op een metalen plaat geaard wordt. De LISN zit dus met een aardstrip vast aan de metalen plaat. De CDN T8 unit (Coupling / Decoupling Network voor 4 getwiste paren, dus ook ethernet) komt ook vast op die plaat. Het ‘te testen apparaat’ (DUT – Device Under Test) zelf is daar los van en moet ongeveer 10cm boven de plaat staan op een niet geleidende verhoging. Wij hebben even een plank gepakt. Deze hogen we nog op. Net als dat de kabels iets losser van de metalen plaat moeten liggen voor goede metingen. Dit alles is nodig om storing in de metingen te voorkomen.

Wat halen we uit deze metingen?

Storing die via de voeding naar het lichtnet gaat. En hoe immuun een apparaat is voor externe storing. Beide zijn cruciaal in een hifisysteem. Voeding is alles. En een goede voeding zal weinig ruis richting het lichtnet sturen én zal zich weinig aantrekken van externe stoorbronnen.

We hebben nu twee grote tests waar we mee bezig zijn. Een grote switchtest met ruim tien switches én een massatest geïntegreerde versterkers van 2500 Euro. In beide gevallen kunnen we deze nieuwe meting toevoegen aan de metingen die we al doen. We hebben dan direct een goed idee van wat ‘normaal’ is. Immers: we kunnen direct vergelijken.

Waarom nog meer?

We begrijpen dat het aantal metingen rap aan het groeien is. We proberen echter alle kanten te kunnen checken, zodat u een compleet plaatje geschetst krijgt van een apparaat. En ook inzicht krijgt in wat wél en niet belangrijk is. Want ook dat zullen we gaan uitzoeken; hoe hoorbaar is het allemaal? De directe link tussen meten en horen is nog lang niet altijd gelegd. Dat zullen blijven we altijd proberen!

 

 

Geef een antwoord