Review NAD C390DD

NAD C390DD voorkant 2

Het is één van de lastigste recensies die we tot nu hebben gedaan. De NAD C390DD is zo anders op enkele vlakken, dat je er allereerst goed voor moet zitten én een paar gewoontes moet afleren. Pas dan begrijp je wat NAD voor ogen had met deze bijzondere versterker. Bijzonder? Ja, bijzonder. Om meerdere redenen.

De C390DD is geen master-series. Hij heeft dus geen chique behuizing. Maar laten we eerlijk zijn: dit ziet er toch ook prima uit?

Een digitale versterker. Ja, natuurlijk: is het eerste wat we denken. Klasse-D is niet digitaal. Maar NAD heeft gelijk. De C390DD is een direct afgeleide van de M2 die inderdaad van ingang tot eindversterking digitaal is. PCM gaat erin en stuurt (bijna) direct de PWM output-stage aan. Een erg bijzonder concept wat de versterkerwereld behoorlijk op zijn kop heeft gezet. Een versterker van 6000 euro die met gemak meekomt tot de 10.000 euro modellen.

Korte les

Hoe werkt de C390DD? Heel kort gezegd zet de NAD een digitaal signaal (pcm) om naar pwm (pulse width modulation) om dat te versterken met de uitgangstransistors. Dit omzetten van pcm naar pwm gebeurt met een dsp (digital sound processor). De oplettende lezer zal gemerkt hebben dat er geen d/a-conversie plaats vindt. De output-stage maakt het in wezen pas analoog. Het pwm-signaal – de schakelende klasse-D uitgangstrap – stuurt een direct afgeleide van het digitale ingangssignaal de speakers aan. Echt een fascinerende techniek!

Nu zitten er nog wel een paar leuke truukjes in de C390DD (en de M2). Zo is de volumecontrole onderdeel van de dsp die bij Zetex (DDFA-chipset) vandaan komt. Ook het volume is geregeld in het digitale domein. Tevens gebruikt de DDFA-technologie feedback. Iets wat veel voor komt in analoge versterking om fouten te corrigeren, maar bij digitale signalen is dat niet handig vanwege vertraging. Een dsp moet immers zaken gaan berekenen, wat tijd kost. Het is Zetex gelukt om een feedback-circuit te ontwerpen dat het pwm-signaal aan de uitgangstransistors vergelijkt met een referentiesignaal. Fouten die optreden door voedingsafwijkingen, kabelfouten of andere viezigheden kunnen daardoor door de dsp worden gecorrigeerd. En dat resulteert – volgens NAD – in een uiterst schone weergave.

Kleine M2?

Indrukwekkende binnenkant en geheel afwijkend van een ‘normale’ versterker. Niet gek: het digitale signaal gaat via een dsp rechtstreeks de eindtrap in!

De C390DD behoort niet tot de NAD Master-series. Dat is te zien aan de behuizing, die gewoon klassiek NAD grijs / groen is. Discreet en zonder poespas, zullen we maar zeggen. De prijs is met 2500 euro minder dan de helft dan die van de M2. Het vermogen is een tikje minder met 150 watt per kanaal (zowel 4 Ohm als 8 Ohm) en de opbouw intern is iets minder ‘grondig’. Waarmee we bedoelen dat de M2 compleet dual mono is opgebouwd en de C390DD niet. Tevens heeft NAD meer afscherming toegepast in de M2 dan in de C390DD. Uiteraard om kosten te besparen.

Echter: de C390DD heeft een paar erg leuke toevoegingen ten opzichte van de NAD M2. Zo is het mogelijk om modules toe te voegen. Denk aan een hdmi-input. Of een analoge input-module met aes, cinch en phono-inputs. Erg leuk voor wie nog een platenspeler, cassettedeck, high-end cd-speler of een dac heeft staan. Kortom: NAD heeft niet simpelweg de M2 uitgekleed om daar een C390DD van te maken. Ze hebben wel degelijk wat zaken verandert om de C390DD een plek voor zichzelf te geven. Erg verstandig!

Andere aanpak

We spelen al jaren met een voorversterker, eindversterker, dac en bronnen. Allemaal aan elkaar gekoppeld met (degelijke) kabels. En natuurlijk netjes gefilterd om troep buiten te houden. We hadden in het begin geen benul van hoezeer de C390DD dit zou veranderen. Je hebt in één keer een alles-in-één oplossing in huis. Geen noodzaak meer voor een dac, voorversterker of eindversterker. Of filters, want daar houdt de C390DD niet van! Wel schone energie, maar filters… nee: niet doen.

Een hele zwik aan ingangen. Analoog in is optioneel!

In eerste instantie koppelen we de herklokte dac-output van de b-DAC aan de C390DD. Zo kunnen we gemakkelijk schakelen tussen bronnen en weten we zeker dat het signaal degelijk geklokt is. Dat blijkt geen hele goede aanpak. Als we onze Teac VRDS10 direct koppelen (tevens herklokt) – met een degelijke coaxiale interlink van Ixos – horen we veel meer balans en een mooier laag. Hetzelfde geldt voor de usb-input. Direct via de NAD is echt beter. Houdt de signaalweg dus zo kort mogelijk. Dan besluiten we na een uurtje luisteren maar om een mooie netkabel (Art Speak) aan de NAD te koppelen. Weer een wereld van verschil. Dan het parallelle filter eruit. Wederom een positief verschil. Het beeld komt meer los en de klank is veel meer in balans dan tijdens de eerste kennismaking.

Fijnstellen

We besluiten wat verder te tweaken met de C390DD. Er zitten in het menu namelijk wat interessante opties. De belangrijkste is de luidsprekerimpedantie. Deze is instelbaar via het menu van de C390. Via setup en dan Speaker Compensation is de impedantie van 2 tot >8 Ohm instelbaar. Als deze verkeerd staat is dat absoluut hoorbaar in de vorm van controleverlies en felheid.

Dan is er nog een mogelijkheid de ruimteakoestiek te ‘compenseren’. Dit kan met zes filters: 60, 90, 120, 180 en 240 Hz. En dan met een brede of smalle eq. Door de level in te stellen (alleen naar beneden) is het laag strakker te krijgen. Wij raden aan dit niet zomaar te doen zonder een testtoon (ten tijde van schrijven nog niet beschikbaar, komt a.s.a.p). Het is bijzonder lastig hoorbaar door simpelweg muziek te draaien. Wij weten door meten dat onze testruimte een lichte piek heeft bij 70 Hz, dus door dat met de NAD te compenseren (één tikje omlaag bij 60 Hz en eq op breed), is de respons een stuk prettiger. Een zeer effectieve extra!

Luisteren

Een strakke voorzijde met alleen de broodnodige knoppen. Daar houden we wel van!

We hebben nu de bronnen – PS3 via hdmi (lpcm), cd-speler via cinch en htpc via usb – direct gekoppeld met degelijke kabels, de filters verwijderd, de impedantie goed en de kamerakoestiek gecorrigeerd. Tijd voor een luistersessie!

Het eerste wat opvalt is het krankzinnige detailniveau. We horen direct dat dit een klasse apart is als het gaat om detaillering. Elke nuance is zonder moeite hoorbaar. Het kost geen enkele inspanning om galm te horen, dubbele stemmen van elkaar te onderscheiden om instrumenten in een groot orkest te onderscheiden. De NAD is echt bijzonder op dat vlak. Sterker nog: hij wint zonder moeite van onze Tentlabs b-DAC, Pass Labs X2.5 en vM PA333 setup die grofweg een viervoud kost van deze C390DD (2500 euro). Dat zegt toch iets over de aanpak van NAD!

Om een cliché uit de kast te pakken: (we hebben hem al heel lang niet gebruikt) het is alsof er een sluier van de luidsprekers af gaat. Maar in dit geval is het geen subtiel verschil. Iedereen hoort zonder twijfel een groot verschil. En dat is ook helemaal niet gek: er zijn talloze schakelingen verdwenen. Het digitale signaal gaat direct de NAD in en wordt door een dsp omgezet naar pwm om versterkt te worden. In wezen zet u direct het digitale signaal op de speakers. Er zit geen d/a-conversie tussen, geen voorversterkers, geen input-stage, volume-controler, etc. Allemaal schakels die het signaal kunnen degraderen.

Focus

Dan de klankbalans. De NAD komt op onze Lentus Audio Duo’s over als energiek, levendig, dynamisch en zéér strak. Het laag rommelt absoluut niet. Ook niet bij complexe, zware muziek. Iets wat mede te danken is aan de dempingfactor van 800, wat vrij uniek is bij klasse-D. Het hoog is voor sommigen wellicht wat fris, maar dat kan ook zeker de combinatie zijn met onze Duo’s. De luidspreker met de grote band-tweeter lijkt niet een ideale kandidaat voor de C390DD. We raden dan ook niet direct band-luidsprekers of elektrostaten aan. Hoewel de Duo’s zonder moeite het detailniveau van de NAD laten horen, is de weergave niet echt rustig. De klankbalans neigt ook wat naar het middengebied, al is dat wel subtiel. Echter, door focus op het midden te leggen, komt sommige muziek wat drukkend over. Aan de andere kant is vocale muziek en akoestische muziek weer een genot voor het oor door de extreme detaillering en superstrakke plaatsing.

Inputs

De hdmi-inputs en analoge inputs zijn optioneel. Ongeveer 250 euro per stuk. We waren niet heel erg onder de indruk van de hdmi-ingangen. Echter: het kan wel handig zijn.

We hebben diverse inputs getest. Om precies te zijn de coaxiale, optische, hdmi (lpcm) en usb-input. Geen analoog, want we hebben simpelweg geen degelijk apparaat met analoge output beschikbaar. Een settopbox lijkt ons niet echt een goede optie. Behalve de door ons geteste inputs zijn er nog meer opties. Denk aan een usb-ingang voor bijvoorbeeld een usb-stick met mp3 of wav, line-in, phono-in en xlr-in. De analoge ingangen zetten het signaal om naar digitaal.

Er zit wel degelijk een verschil in de ingangen. We zullen kort zijn: hdmi is het minst aan te raden. De focussering is niet heel strak en de gehele weergave is wat rommelig. Nu is een Playstation 3 niet de ideale kandidaat, maar het verschil is groot genoeg om te kunnen zeggen dat usb en coax een betere keuze zijn. Deze liggen op gebied van kwaliteit bijzonder dicht bij elkaar. Optisch ook overigens. Wij neigen meer naar usb, omdat deze iets rustiger en wat meer gedefinieerd over kwam. De Teac geeft bij Spdif iets meer laag mee, maar ook iets meer korrel op de stel. Usb geeft wat meer rust op de vocalen, zo lijkt tijdens onze test.

Dikke terminals op de achterkant. Genoeg ruimte voor serieuze kabels. En daar houdt de C390DD wel van. Niet besparen op bekabeling bij deze versterker!

Tijdens het testen met diverse inputs komen we er ook snel genoeg achter dat kabels veel invloed hebben. Een coax-kabel van de Gamma is echt af te raden. Wij hebben een goedkope coaxiale interlink en een Art Speak coax-interlink na elkaar gebruikt op de Teac en het verschil is gemakkelijk te horen. Hoogstwaarschijnlijk door de impedantieverschillen van de kabels. Houdt daar dus rekening mee!

Conclusie

De NAD C390DD is een geval apart. Dat hebt u al wel kunnen lezen. De grootste kracht van deze bijzondere versterker is de detaillering en de controle. Het is ronduit absurd hoeveel detail deze versterker kan weergeven. Hij speelt moeiteloos onze referentie setup weg die ongeveer een viervoud kost van deze 2500-euro versterker. Dat is écht een prestatie. Ook de controle is zonder meer indrukwekkend. Echter: kennis van zaken is aan te raden. Gebruik bijvoorbeeld geen filters. Stel ook de versterker goed in en zorg voor een goede combinatie met de luidsprekers. Tevens speelt bekabeling een grote rol in de uiteindelijke weergave. En dat is niet gek: alles wat erin gaat, wordt direct omgezet en op de speakers gezet!

Prijs en beschikbaarheid

Op het moment van schrijven was de prijs van dit product € 2500,00.
Bekijk de actuele prijs en beschikbaarheid van de Review NAD C390DD.

19 Antwoorden op “Review NAD C390DD”

  1. Erwin Groen

    Jaap je hebt gelijk dank voor de toelichting, er lopen inderdaad een aantal zaken door elkaar.
    Als ik het nogmaals voor mezelf op een rijtje probeer te zetten krijg ik:

    – Zetex: klasse D met digitale feedback. (PCM -> PWM -> analoog, ADC conversie nodig in feedback loop)

    – Hypex: klasse D met analoge feedback. (PCM -> DAC -> analoog -> PWM -> analoog, feedback loop is analoog)

    Zetex gebaseerde eindversterkers zijn altijd “integrated”. De DSP in de voortrap moet de feedback berekenen voor de eindtrap. Complex design nodig met high speed ADC en DSP. Zetex heeft daar speciale chips voor gemaakt (TI ook trouwens). Te vinden in b.v.: NAD C390DD, M2, Powernode, D7050. Je kunt het principe ook gebruiken voor alleen een voorversterker: b.v. NAD M12, C510, M51.

    Hypex klasse D modules zijn typisch eindversterkers. Technologie in: NAD M22, M27. Is inderdaad gebaseerd op hypex maar wel met aanpassingen van NAD (o.a. meer vermogen). En dit noemen ze geen Direct Digital.
    Er zijn ook geïntegreerde versterkers met hypex eindtrappen. B.v.: NAD D3020. Dit noemen ze “Hybrid Digital”. Daar zit een DAC in met hypex eindtrap.

    In ieder geval, “direct digital” is niet zo digitaal als dat ik dacht. Maar dat maakt niet uit als het maar goed klinkt.

    Beantwoorden
    • Dat klopt als een bus dit… Enuh… ik vind direct digital toch behoorlijk digital hoor!

  2. Bert

    Zo’n hele discussie wilde ik ook weer niet op gang brengen. Vroeg (en vraag) me nog steeds af waarom de digitale M2 versterker in de Master Serie het veld heeft moeten ruimen voor een digitale pre- en een analoge power amp. Een opvolger van de M2 naast de huidige M12+M22 was misschien ook mooi geweest. Dan geef je de consument in ieder geval een keuzemogelijkheid binnen de Master Serie.

    Beantwoorden
    • Dag Bert,

      Waarom NAD de M2 eruit heeft gegooid, is mij ook een beetje een raadsel. Maar wellicht komt er nog een opvolger. Feit is wel dat er geen voor- en eindtrap meer was. En die is er nu wel. De C390DD is ook eigenlijk geavanceerder dan de M2. En dat kan natuurlijk niet. M12 + een mooie eindbak klinkt ook waanzinnig trouwens :-).

  3. Erwin Groen

    Oh wat lees ik nu weer: “The M22 is using the latest nCore™ amplifier technology licensed from Hypex”.. NAD direct digital is dus Nederlandse technologie, met patenten in handen van Hypex uit Groningen. Waarom heeft niemand mij dat vertelt hier :). Niemand die beter weet hoe NAD Direct Digital werkt dan Hypex zelf!

    Leuk, dan kan ik net zo goed zelf een nc400 nCore eindversterker bouwen gebaseerd op Hypex modules.

    Beantwoorden
  4. Erwin Groen

    Even een antwoord op mijn eigen vraag, waarom NAD analoog naar een klasse D eindtrap gaat (van de M12 naar de M22). Korter deze keer. Heb goede info bij onze Nederlandse experts op gebied van switching audio versterkers gevonden, Hypex uit Groningen: http://hypex.nl/downloads/white-papers.html.

    Conclusie: “All Amplifiers Are Analogue, but Some Are More Analogue Than Others” :

    In feite is er weinig digitaals aan een switching eindtrap. Met die hoge frequenties wordt het er alleen maar moeilijker op. Je hebt altijd foutcorrectie nodig. Dat is een analoog signaal, een feedback lus, die je in traditionele analoge versterkers ook vindt. Als je dat in het digitale domein wil verwerken heb je zelfs weer een ADC nodig die de feedback sampled en digitaal maakt waarna je het weer in de PWM bitstream kan “mixen”.

    Nou ben ik benieuwd naar wat NAD eigenlijk bedoelt met “direct digital”. Ik denk nu, niets nieuws onder de zon, wel goede PR. En met een goed klinkend resultaat. Hoop dat de mensen van Hypex er eens eentje openschroeven om te kijken welk design NAD nu gebruikt en wat er nu zo “direct digital” aan is.

    Helaas, daar gaat mijn “audiofiele” idee van “digitaal tot vlak voor de luidsprekers”. Ik blijf nog maar even bij mijn oude trouwe klasse A versterker. Die ook meestal op klasse A/B staat behalve als ik er een eitje op wil bakken. En het verschil hoor ik met de jaren toch niet meer :)

    Beantwoorden
    • Beste Erwin,

      Je haalt twee dingen door elkaar: klasse-D op basis van nCore en de Zetex Direct Digital chipset die NAD gebruikt in de M2, C390DD en bijvoorbeeld Bluesound. Dit zijn twee totaal verschillende manieren van werken. Overigens staat in het artikel van de C390DD hoe het werk. Met een link naar de whitepaper van Zetex. Zetex zet PCM direct om naar PWM. Dat verloopt zonder tussenkomst van een analoge slag en gebeurt in de DSP. Die zet er ook nog een hele rits aan extra ‘bits’ achter om volumeregeling zonder verlies mogelijk te maken. Een klasse D versteker achter een D/A-converter is iets totaal anders. Dan is er al een analoge slag gemaakt, waardoor dit signaal weer in feite ‘gesampled’ wordt. Kortom: een veel langere signaalweg.

      De C390DD is helemaal geen Hypex. Het is dus een Zetex-chip met een gigantisch hoog uitgangsvermogen. De M2 is zelfs nog krachtiger. Deze versterkers hebben niets, maar dan ook niets van Hypex verwerkt. De M22 is een totaal ander verhaal. Dat is een gemodificeerde nCore. NAD meldt dat ook gewoon. Ik heb de M22 niet gereviewd omdat ik hem niet zo interessant vindt. De M12 is een ander verhaal. Dat ding heb ik zelfs gekocht, omdat hij gewoonweg prachtig is. Maar ja: dat is dan ook weel NAD Direct Digital.

      Dus zeggen dat Direct Digital van NAD Hypex is… dat klopt niet. Zowel de opzet is anders als de klank. De M12 is dus wel een direct digital voortrap. Hij stuurt ook PWM uit maar dan in een veel lager vermogen. De M22 is een klasse-D ontwerp op basis van nCore… dat is nu de eerste eindtrap met deze opzet. De multi-channel versie is ook nCore geloof ik. Wel een aangepaste versie van nCore trouwens.

      Ik hoop dat het nu wat duidelijker is.

      En over digitaal versus analoog: tsja… het zijn allemaal stroompjes waar we het over hebben… en uiteindelijk komt er muziek door de speakers. En dat kan bijna alleen maar door het juiste signaal op de speakerterminal te zetten. Dus ja: “All Amplifiers Are Analogue, but Some Are More Analogue Than Others”… Daar sluit ik me wel bij aan.

  5. Erwin Groen

    Bert, leuk om die NAD series eens met elkaar te vergelijken. Ik heb ze niet in huis (helaas) maar op internet is alles te vinden. De wereld wordt er niet simpeler op met alle mogelijkheden in zowel digitaal als analoog domein. Er is veel blabla en terminologie zonder betekenis. En het lijkt dat sommige sites en reviewers het spoor ook wel eens bijster zijn. Wat ik gevonden heb:
    De NAD M2 kennen we goed. Het is een “geïntegreerde” amplifier. Ik zet geïntegreerd tussen aanhalingstekens daar kom ik zo op terug. De M2 heeft digitale ingangen en werkt tot en met de eindtrap met discrete signalen (digitale gesampelde signalen, in PCM of PWM domein). Echter er zit ook een analoog-naar-digitaal omzetter in. Een hele goede ook nog. Analoge bronnen worden meteen digitaal gemaakt en verder verloopt alles in het digitale domein tot aan de klasse D eindtrap. Eigenlijk is van een “pre-amplifier” trap geen sprake meer. Zeker niet als je een digitale bron neemt, die hoeft helemaal niet voorversterkt te worden. De analoge bronnen worden misschien nog een beetje versterkt vlak voor het digitaal maken. Maar alle operaties zoals schakelen van bronnen, toonregeling, balans worden in het digitale domein gedaan – er zit een computer en software in die alles regelt en berekent. Daar komt geen potmeter of analoge versterker meer aan te pas. Dus “geïntegreerd” slaat tegenwoordig meer op het feit dat alle functies van een voortrap bij de eindtrap zitten en niet zozeer dat er een voorversterker en een eindversterker bij elkaar in een doos zitten.

    Dan de M22, een “hybrid digital” eindtrap (http://www.realacustic.ro/pdf/Manual%20Utilizator%20NAD%20M22%20en.pdf). 250 W per kanaal met 0.003% THD en 120dB SNR over 3Hz tot 30kKHz, dat is knap gedaan. Het zijn zo te zien twee mono modules in 1 kast. Je hebt ook de M27 die heeft er 7 van in 1 kast. Op de achterkant vind je de ingangen. Maar wacht, dat is raar, een direct digital klasse D eindtrap ZONDER digitale ingangen! Alleen analoog! Ik zit er met verbazing naar te kijken.

    Dan de M12 die je samen met de M22 ziet (http://www.realacustic.ro/pdf/Manual%20Utilizator%20NAD%20M12%20en.pdf). De M12 is de digitale “schakelkast” zoals je die ook in de M2 vindt. Je kunt er digitale bronnen op aansluiten en ook analoge die dat meteen digitaal gemaakt worden. Er zit een digitale uitgang op en ook een analoge die je op een willekeurige eindversterker kunt aansluiten. Dus er zit een DAC in.

    De M12 en M22 worden samen aangeboden. Ik snap dit niet, op deze manier ga je van digitaal (M12 input) naar analoog (M12 output) en dan weer naar digitaal (M22 ADC->PWM) en dan weer naar analoog (M22 class D output). Er zitten twee overbodige omzettingen in deze keten. Als je een analoge bron hebt komt daar nog een analoog-> digitaal omzetting bij. Natuurlijk zijn alle omzettingen van topklasse en eventuele vervorming en ruis onhoorbaar maar toch … ik snap dit niet. Waarom kun je de M22 niet digitaal aansturen? Dan kun je er van alles op aansluiten, goedkoop netwerk spelertje eraan, verliesloos over optische link naar de M22 en genieten maar. Maar nee dat kan niet. Mis ik iets? Het enige wat ik kan verzinnen is dat je met een digitale input wel heel goed moet oppassen met wat je er op aansluit, dat moet wel een betrouwbare volume regeling hebben. De M22 heeft geen begrenzing / volumeregeling. Maar veel mediaspelers verwachten een volume regeling verderop in de keten. Dan krijg je bij inschakelen meteen >250W naar je luidsprekers :.. auw..

    Tijdens mijn zoektocht kwam ik deze recensie tegen op een andere site:
    http://www.lexicommultimedia.nl/review/review-nad-m12-directdigital-preamplifier-dac-nad-m22-stereo-power-amplifier/ In dit verhaal wordt een Naim NDX mediaspeler vergeleken met de M12. De schrijver snapt volgens mij niet helemaal hoe de keten in elkaar zit. Onder het kopje luisteren probeert hij de DAC van de M12 te vergelijken met die van de NDX door de NDX eerst digitaal en dan analoog op de M12 aan te sluiten. Hij vergeet dat in beide gevallen de DAC van de M12 in de keten zit. In feite voegt hij hiermee NOG een dubbele omzetting toe. Grappig om zijn conclusies te lezen (verschillen zijn hoorbaar!!) en ook dat het allemaal nog steeds prima klinkt.

    En dat is de conclusie van mijn stukje – de omzettingen in deze apparaten is zo ontzettend goed dat geen mens meer kan horen dat we drie keer van analoog naar digitaal en weer terug gegaan zijn. Uiteindelijk bepaalt de combinatie eindtrap + luidsprekers de klankkleur en de vervorming.

    Wel gek dat voor zover ik gevonden heb geen site hier op in gaat – je vindt wel veel blabla, wollige taal en terminologie. Voor mij blijft de M12 een ordinaire schakelkast van digitale signalen, een soort mediaspeler dus met een belachelijk hoge prijs. Mijn simpele mediaspeler is prima in staat om met voldoende bits precisie te rekenen aan toonregeling en volume voordat de bits naar de eindtrap gaan. DAAR moet de omzetting plaatsvinden en daarom is er in mijn kast plaats voor een M22. Of een M27. Maar dan wil ik hem wel digitaal kunnen aansluiten, al is het alleen maar psychologisch, ik ben ook maar een mens ;)

    Beantwoorden
  6. Bert

    Zoals Erwin het hier uit de doeken doet, verklaart voor mij waarom de “digitale” M2 opgevolgd is door de digitale M12 voorversterker en de analoge M22 eindversterker.
    Dit is dus eigenlijk de M2 maar dan in een veel uitgebreidere versie.
    Vroeg mezelf af waarom NAD de digitale M2 vervangen had door de digitale M12 en weer een analoge M22 eind versterker maar dat was de M2 dus ook al, alleen in 1 jasje.
    Of zie ik dat verkeerd?

    Beantwoorden
  7. Erwin

    Beste Jaap, ik heb nog wat zitten lezen op internet, op de site van NAD en op wikipedia, en volgens mij kloppen je eerste drie zinnen van je antwoord niet helemaal. NAD noemt het zelf een “Direct Digital Powered DAC”. Het is een “Digital-to-Analogue-Conversion” die in de eindtrap zit. Dat zet dus om naar analoog. Op wikipedia vind ik:
    http://en.wikipedia.org/wiki/Pulse-width_modulation#Audio_effects_and_amplification
    “A new class of audio amplifiers based on the PWM principle is becoming popular. Called “Class-D amplifiers”, they produce a PWM equivalent of the analog input signal which is fed to the loudspeaker via a suitable filter network”. Oftwewel dit wordt “klasse-D” genoemd.

    Ik lees dat de technologie al wat ouder is maar niet eenvoudig om nauwkeurig te implementeren. Je hebt een feedback lus nodig om fouten te compenseren ten gevolge van het analoge filter en de impedanties die de versterker ziet. Zoiets als vroeger in de motional feedback luidsprekers van Philips zat. Hier vond ik een diepgaand academisch artikel wat op de fouten in het signaal ingaat:
    http://www.icepower.bang-olufsen.com/files/ph.d.thesis/Chapter_3.pdf
    In feite is zo’n klasse D eindtrap gewoon een analoog stuk elektronica. Dus energievoorziening speelt een grote rol zoals je al aangeeft. En dus ook de impedanties die de eindtrap ziet. NAD heeft het blijkbaar goed voor elkaar maar Direct Digital is nou ook weer geen wondermiddel. Gewoon blijven luisteren dus.

    Het mooie is wel dat alles voor de eindtrap digitaal gehouden kan worden. Er is geen pre-amp meer. Toonregeling, volumeregeling, signaal keuze, bekabeling .. dat heeft geen enkele invloed meer op klankkleur, ruis, overspraak, vervorming, jitter/flutter … de zaken die de analoge wereld altijd geplaagd hebben daar heb je geen last meer van. Dat is wel even wennen…

    Nog even een extreem voorbeeld over kabels: digitaal kan ik nu vanuit mijn huis over een kilometers lange dunne koperdraad die niet afgeschermd is en al 50 jaar in de grond ligt een 100% perfect HD audio signaal naar je NAD M12 toe sturen wat vervolgens bij jou uit de luidsprekers komt alsof je het ter plekke afspeelt. Dat heet ADSL :)

    Beantwoorden
    • Dag Erwin,

      Dank voor je links en toelichting. Ik heb geen academische achtergrond op technisch vlak. Ik kan echter wel techniek begrijpen met wat gezond verstand. Ik zal het eens doorspitten. NAD noemt zijn M2 en C390DD ook wel dacs met een hoog uitgangsvermogen. Dus in feite klopt dat wel.

      Over de kabels… tsja… ik ken deze voorbeelden. Ik geloof mijn oren gewoon. Als ik een touwtje tussen mijn apparatuur doe, hoor ik toch dat er zaken misgaan. Er speelt dus vast meer dan alleen bits en bytes die aankomen.

  8. Erwin Groen

    Beste Jaap, ik ben op zoek naar een goede versterker met DAC en kwam zo op deze pagina uit. Wat betreft het digitale jitter verhaal, daar is veel over geschreven in de afgelopen jaren, maar als ik op internet lees heeft de voortschreidende techniek alle discussies inmiddels platgeslagen. Ook deze NAD vangt alle getallen van welke digitale input dan ook eerst op in een DSP die ze buffert. De DSP stuurt de samples daarna weer uit naar de DAC, natuurlijk bijna perfect opnieuw geklokt door NAD.

    Bij deze “class D” NAD is de DAC letterlijk ook meteen de eindtrap en dat vind ik een mooi concept. Het punt is, welke digitale input je ook gebruikt is totaal irrelevant: de DSP en DAC bepalen het klankbeeld. Als de data pakketjes maar in goede orde bij de DSP binnenkomen. En dat doen ze toch wel, goedkope kabel of dure kabel of USB of spdif of HDMI input, dat maakt niet uit. Bij goedkope kabels moet er wellicht wat meer geleund worden op de error correctie. En als het mis gaat werkt het meestal helemaal niet is mijn ervaring. Bijvoorbeeld bij een hele lange kabel of slechte connectoren. Maar dat heeft dus volgens mij niks met “klankverschil” te maken. Mocht ik dat verkeerd begrepen hebben dan hoor ik dat graag.

    Beantwoorden
    • Dag Erwin,

      Laat ik allereerst melden dat Direct Digital van NAD absoluut niets te maken heeft met klasse-D. Direct Digital zet niet om naar analoog. Het stuurt PWM uit, maar dan wel direct uit de dac. PCM wordt dus direct omgezet naar PWM. Mede daardoor is Direct Digital vrijwel ongevoelig voor jitter. Echter… het is bijzonder gevoelig voor energietoevoer: zet nooit een filter tussen een D390DD of M2, want dan klinkt het nergens meer naar.

      Over kabels kan ik niet zoveel melden: ik heb HDMI kabels van AudioQuest (Vodka) en Spdif van zowel AudioQuest als Art Speak gebruikt. Ik speel nu op een NAD M12 met Van Medevoort PA333 en daar werkt het allemaal prima op. Klinkt open, vloeiend en strak gefocusseerd.

      Vergeet niet dat ook digitale signalen gewoon ‘analoog’ als stroompjes door de kabel heen moeten gaan. De ontvangende kant moet het wel allemaal begrijpen. Misschien wel juist bij Direct Digital, omdat het vrijwel direct naar PWM gaat. Ik speel meestal op ‘safe’ door een goede middensegment kabel te gebruiken. Daar is de prijs / kwaliteit ook het meest gunstig.

      Over klankverschil… naar mijn mening is dat een matige, digitale interlink neigt naar scherpte. Ook bij een NAD C390DD. Echter speelt daar energievoorziening een veel grotere rol is mijn ervaring. En vergeet niet de impedantie bij die versterker goed te zetten. Wereld van verschil.

  9. Beste Jaap,

    Mooie en eerlijke recensie die je hebt geschreven van de NAD C390DD. Ik bezit de versterker sinds December en ben nog steeds iedere dag enorm onder de indruk van de grote kwaliteiten die deze nieuwe gecombineerde DAC/versterker technologie van NAD / zetex biedt.

    Ik heb zojuist een post geplaatst op een Australische website van een andere recensent en beschrijft mijn luisterervaring van de afgelopen maanden:

    http://www.digitalaudioreview.net/2012/07/nad-c-390dd-powered-dac-amplifier-review-part-1/

    Een tip die ik daar meldt betreft de bijzondere upgrade van de S/PDIF -> AES/EBU transformer van CANARE ( tip van een M2 bezitter en recensent Rene van Es overigens) Ik weet niet of deze transformer het meettechnisch allemaal wel zo goed doet, maar klankmatig was ik helemaal ‘ flabbergasted’ Alsof stemmen ook lichamen, armen en benen erbij hebben gekregen zeg maar..! Meer fundament, meer rust, nog meer vloeiend en 3D . Heel vreemd dat er in het digitale domein zoveel hoorbare zaken gebeuren !

    Probeer het eens uit, want die transformer kost niet veel ! Ik ben heel benieuwd!

    Canare BCJ-XP-TRB 75 Ohm to 110 Ohm Digital Audio Impedance Transformer

    Groeten , Peter V.

    Beantwoorden
    • Beste audiophilemusic,

      Dank! En proficiat met de mooie aankoop. Ik heb inderdaad van Rene begrepen dat die Canare erg veel doet bij de NAD. Ik heb – zoals het verhaal al zegt – ook gemerkt dat bekabeling kritisch is bij de C390DD. Kwestie van rekening mee houden dus!

      Veel luisterplezier toegewenst!

  10. Eric Raven

    Hoi Jaap,

    Dank je wel voor je reactie! Ja, HDMI kan inderdaad veel jitter veroorzaken. Ik stream alles via SPDIF. Ik heb een Cambridge Audio ID-100 voor mijn iPad die lossless muziek streamt vanaf mijn NAS. Die ID-100 reclockt het het digitale signaal voordat hij de data doorstuurt naar mijn DAC. Mijn pc is ook via SPDIF aangesloten en gebruikt het WASAPI protocol. Mijn versterker is een Denon A1SR met (volgens mij) een goede interne DAC. Ik hoop dat ik op deze manier zoveel mogelijk jitter voorkom. Wat denk jij?

    Groeten Eric

    Beantwoorden
    • Dat moet prima werken. Ik hoor in ieder geval geen gekke dingen. En als jij het goed vindt klinken, is het toch prima? Immers: het gaat om de beleving.

  11. Eric Raven

    Hallo Jaap,

    Hoe is het mogelijk dat er een verschil zit in geluidsweergave tussen digitale ingangen? Uiteindelijk moet de DAC 1’tjes en 0’tjes ontvangen en omzetten naar analoog. Er bestaat niet zoiets als grotere of kleinere of misvormde 1’tjes/0’tjes…

    Ook zou er geen tot zeer weinig verschil tussen digitale bekabeling moeten zijn. Het is geen signaal wat je vervoert zoals in een analoge RCA kabel, maar je vervoert data. Dat komt aan of niet. Uiteraard moet er niet teveel jitter optreden, want dat verlies je kwaliteit. Maar nooit in de vorm van openheid van het geluid etc, maar dan krijg je geluidstechnische artefacts.

    Het verschil in analoge bekabeling is vaak wel goed te horen tussen mindere en betere kabels doordat er een elektrisch signaal over de kabel gaat en deze makkelijk te beinvloeden is.

    Groeten Eric

    Beantwoorden
    • Dag Eric,

      Ik heb al regelmatig geschreven over jitter… afwijkingen in een kloksignaal voor digitale conversie. Aangezien de NAD alleen Lpcm accepteert via hdmi, is er wel degelijk een klankverschil mogelijk tussen hdmi en spdif via coax. Hdmi bezit namelijk véél meer jitter dan spdif via optisch of coax. En dat is dus hoorbaar. Ik zou adviseren het gewoon te gaan proberen, als je de kans hebt.

      Vriendelijke groet,

      Jaap

Geef een reactie

XHTML: U kunt deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>