Review NAD C390DD

NAD C390DD voorkant 2

Het is één van de lastigste recensies die we tot nu hebben gedaan. De NAD C390DD is zo anders op enkele vlakken, dat je er allereerst goed voor moet zitten én een paar gewoontes moet afleren. Pas dan begrijp je wat NAD voor ogen had met deze bijzondere versterker. Bijzonder? Ja, bijzonder. Om meerdere redenen.

De C390DD is geen master-series. Hij heeft dus geen chique behuizing. Maar laten we eerlijk zijn: dit ziet er toch ook prima uit?

Een digitale versterker. Ja, natuurlijk: is het eerste wat we denken. Klasse-D is niet digitaal. Maar NAD heeft gelijk. De C390DD is een direct afgeleide van de M2 die inderdaad van ingang tot eindversterking digitaal is. PCM gaat erin en stuurt (bijna) direct de PWM output-stage aan. Een erg bijzonder concept wat de versterkerwereld behoorlijk op zijn kop heeft gezet. Een versterker van 6000 euro die met gemak meekomt tot de 10.000 euro modellen.

Korte les

Hoe werkt de C390DD? Heel kort gezegd zet de NAD een digitaal signaal (pcm) om naar pwm (pulse width modulation) om dat te versterken met de uitgangstransistors. Dit omzetten van pcm naar pwm gebeurt met een dsp (digital sound processor). De oplettende lezer zal gemerkt hebben dat er geen d/a-conversie plaats vindt. De output-stage maakt het in wezen pas analoog. Het pwm-signaal – de schakelende klasse-D uitgangstrap – stuurt een direct afgeleide van het digitale ingangssignaal de speakers aan. Echt een fascinerende techniek!

Nu zitten er nog wel een paar leuke truukjes in de C390DD (en de M2). Zo is de volumecontrole onderdeel van de dsp die bij Zetex (DDFA-chipset) vandaan komt. Ook het volume is geregeld in het digitale domein. Tevens gebruikt de DDFA-technologie feedback. Iets wat veel voor komt in analoge versterking om fouten te corrigeren, maar bij digitale signalen is dat niet handig vanwege vertraging. Een dsp moet immers zaken gaan berekenen, wat tijd kost. Het is Zetex gelukt om een feedback-circuit te ontwerpen dat het pwm-signaal aan de uitgangstransistors vergelijkt met een referentiesignaal. Fouten die optreden door voedingsafwijkingen, kabelfouten of andere viezigheden kunnen daardoor door de dsp worden gecorrigeerd. En dat resulteert – volgens NAD – in een uiterst schone weergave.

Kleine M2?

Indrukwekkende binnenkant en geheel afwijkend van een ‘normale’ versterker. Niet gek: het digitale signaal gaat via een dsp rechtstreeks de eindtrap in!

De C390DD behoort niet tot de NAD Master-series. Dat is te zien aan de behuizing, die gewoon klassiek NAD grijs / groen is. Discreet en zonder poespas, zullen we maar zeggen. De prijs is met 2500 euro minder dan de helft dan die van de M2. Het vermogen is een tikje minder met 150 watt per kanaal (zowel 4 Ohm als 8 Ohm) en de opbouw intern is iets minder ‘grondig’. Waarmee we bedoelen dat de M2 compleet dual mono is opgebouwd en de C390DD niet. Tevens heeft NAD meer afscherming toegepast in de M2 dan in de C390DD. Uiteraard om kosten te besparen.

Echter: de C390DD heeft een paar erg leuke toevoegingen ten opzichte van de NAD M2. Zo is het mogelijk om modules toe te voegen. Denk aan een hdmi-input. Of een analoge input-module met aes, cinch en phono-inputs. Erg leuk voor wie nog een platenspeler, cassettedeck, high-end cd-speler of een dac heeft staan. Kortom: NAD heeft niet simpelweg de M2 uitgekleed om daar een C390DD van te maken. Ze hebben wel degelijk wat zaken verandert om de C390DD een plek voor zichzelf te geven. Erg verstandig!

Andere aanpak

We spelen al jaren met een voorversterker, eindversterker, dac en bronnen. Allemaal aan elkaar gekoppeld met (degelijke) kabels. En natuurlijk netjes gefilterd om troep buiten te houden. We hadden in het begin geen benul van hoezeer de C390DD dit zou veranderen. Je hebt in één keer een alles-in-één oplossing in huis. Geen noodzaak meer voor een dac, voorversterker of eindversterker. Of filters, want daar houdt de C390DD niet van! Wel schone energie, maar filters… nee: niet doen.

Een hele zwik aan ingangen. Analoog in is optioneel!

In eerste instantie koppelen we de herklokte dac-output van de b-DAC aan de C390DD. Zo kunnen we gemakkelijk schakelen tussen bronnen en weten we zeker dat het signaal degelijk geklokt is. Dat blijkt geen hele goede aanpak. Als we onze Teac VRDS10 direct koppelen (tevens herklokt) – met een degelijke coaxiale interlink van Ixos – horen we veel meer balans en een mooier laag. Hetzelfde geldt voor de usb-input. Direct via de NAD is echt beter. Houdt de signaalweg dus zo kort mogelijk. Dan besluiten we na een uurtje luisteren maar om een mooie netkabel (Art Speak) aan de NAD te koppelen. Weer een wereld van verschil. Dan het parallelle filter eruit. Wederom een positief verschil. Het beeld komt meer los en de klank is veel meer in balans dan tijdens de eerste kennismaking.

Fijnstellen

We besluiten wat verder te tweaken met de C390DD. Er zitten in het menu namelijk wat interessante opties. De belangrijkste is de luidsprekerimpedantie. Deze is instelbaar via het menu van de C390. Via setup en dan Speaker Compensation is de impedantie van 2 tot >8 Ohm instelbaar. Als deze verkeerd staat is dat absoluut hoorbaar in de vorm van controleverlies en felheid.

Dan is er nog een mogelijkheid de ruimteakoestiek te ‘compenseren’. Dit kan met zes filters: 60, 90, 120, 180 en 240 Hz. En dan met een brede of smalle eq. Door de level in te stellen (alleen naar beneden) is het laag strakker te krijgen. Wij raden aan dit niet zomaar te doen zonder een testtoon (ten tijde van schrijven nog niet beschikbaar, komt a.s.a.p). Het is bijzonder lastig hoorbaar door simpelweg muziek te draaien. Wij weten door meten dat onze testruimte een lichte piek heeft bij 70 Hz, dus door dat met de NAD te compenseren (één tikje omlaag bij 60 Hz en eq op breed), is de respons een stuk prettiger. Een zeer effectieve extra!

Luisteren

Een strakke voorzijde met alleen de broodnodige knoppen. Daar houden we wel van!

We hebben nu de bronnen – PS3 via hdmi (lpcm), cd-speler via cinch en htpc via usb – direct gekoppeld met degelijke kabels, de filters verwijderd, de impedantie goed en de kamerakoestiek gecorrigeerd. Tijd voor een luistersessie!

Het eerste wat opvalt is het krankzinnige detailniveau. We horen direct dat dit een klasse apart is als het gaat om detaillering. Elke nuance is zonder moeite hoorbaar. Het kost geen enkele inspanning om galm te horen, dubbele stemmen van elkaar te onderscheiden om instrumenten in een groot orkest te onderscheiden. De NAD is echt bijzonder op dat vlak. Sterker nog: hij wint zonder moeite van onze Tentlabs b-DAC, Pass Labs X2.5 en vM PA333 setup die grofweg een viervoud kost van deze C390DD (2500 euro). Dat zegt toch iets over de aanpak van NAD!

Om een cliché uit de kast te pakken: (we hebben hem al heel lang niet gebruikt) het is alsof er een sluier van de luidsprekers af gaat. Maar in dit geval is het geen subtiel verschil. Iedereen hoort zonder twijfel een groot verschil. En dat is ook helemaal niet gek: er zijn talloze schakelingen verdwenen. Het digitale signaal gaat direct de NAD in en wordt door een dsp omgezet naar pwm om versterkt te worden. In wezen zet u direct het digitale signaal op de speakers. Er zit geen d/a-conversie tussen, geen voorversterkers, geen input-stage, volume-controler, etc. Allemaal schakels die het signaal kunnen degraderen.

Focus

Dan de klankbalans. De NAD komt op onze Lentus Audio Duo’s over als energiek, levendig, dynamisch en zéér strak. Het laag rommelt absoluut niet. Ook niet bij complexe, zware muziek. Iets wat mede te danken is aan de dempingfactor van 800, wat vrij uniek is bij klasse-D. Het hoog is voor sommigen wellicht wat fris, maar dat kan ook zeker de combinatie zijn met onze Duo’s. De luidspreker met de grote band-tweeter lijkt niet een ideale kandidaat voor de C390DD. We raden dan ook niet direct band-luidsprekers of elektrostaten aan. Hoewel de Duo’s zonder moeite het detailniveau van de NAD laten horen, is de weergave niet echt rustig. De klankbalans neigt ook wat naar het middengebied, al is dat wel subtiel. Echter, door focus op het midden te leggen, komt sommige muziek wat drukkend over. Aan de andere kant is vocale muziek en akoestische muziek weer een genot voor het oor door de extreme detaillering en superstrakke plaatsing.

Inputs

De hdmi-inputs en analoge inputs zijn optioneel. Ongeveer 250 euro per stuk. We waren niet heel erg onder de indruk van de hdmi-ingangen. Echter: het kan wel handig zijn.

We hebben diverse inputs getest. Om precies te zijn de coaxiale, optische, hdmi (lpcm) en usb-input. Geen analoog, want we hebben simpelweg geen degelijk apparaat met analoge output beschikbaar. Een settopbox lijkt ons niet echt een goede optie. Behalve de door ons geteste inputs zijn er nog meer opties. Denk aan een usb-ingang voor bijvoorbeeld een usb-stick met mp3 of wav, line-in, phono-in en xlr-in. De analoge ingangen zetten het signaal om naar digitaal.

Er zit wel degelijk een verschil in de ingangen. We zullen kort zijn: hdmi is het minst aan te raden. De focussering is niet heel strak en de gehele weergave is wat rommelig. Nu is een Playstation 3 niet de ideale kandidaat, maar het verschil is groot genoeg om te kunnen zeggen dat usb en coax een betere keuze zijn. Deze liggen op gebied van kwaliteit bijzonder dicht bij elkaar. Optisch ook overigens. Wij neigen meer naar usb, omdat deze iets rustiger en wat meer gedefinieerd over kwam. De Teac geeft bij Spdif iets meer laag mee, maar ook iets meer korrel op de stel. Usb geeft wat meer rust op de vocalen, zo lijkt tijdens onze test.

Dikke terminals op de achterkant. Genoeg ruimte voor serieuze kabels. En daar houdt de C390DD wel van. Niet besparen op bekabeling bij deze versterker!

Tijdens het testen met diverse inputs komen we er ook snel genoeg achter dat kabels veel invloed hebben. Een coax-kabel van de Gamma is echt af te raden. Wij hebben een goedkope coaxiale interlink en een Art Speak coax-interlink na elkaar gebruikt op de Teac en het verschil is gemakkelijk te horen. Hoogstwaarschijnlijk door de impedantieverschillen van de kabels. Houdt daar dus rekening mee!

Conclusie

De NAD C390DD is een geval apart. Dat hebt u al wel kunnen lezen. De grootste kracht van deze bijzondere versterker is de detaillering en de controle. Het is ronduit absurd hoeveel detail deze versterker kan weergeven. Hij speelt moeiteloos onze referentie setup weg die ongeveer een viervoud kost van deze 2500-euro versterker. Dat is écht een prestatie. Ook de controle is zonder meer indrukwekkend. Echter: kennis van zaken is aan te raden. Gebruik bijvoorbeeld geen filters. Stel ook de versterker goed in en zorg voor een goede combinatie met de luidsprekers. Tevens speelt bekabeling een grote rol in de uiteindelijke weergave. En dat is niet gek: alles wat erin gaat, wordt direct omgezet en op de speakers gezet!

Prijs en beschikbaarheid

Op het moment van schrijven was de prijs van dit product € 2500,00.
Bekijk de actuele prijs en beschikbaarheid van de Review NAD C390DD.

10 Antwoorden op “Review NAD C390DD”

  1. Erwin

    Beste Jaap, ik heb nog wat zitten lezen op internet, op de site van NAD en op wikipedia, en volgens mij kloppen je eerste drie zinnen van je antwoord niet helemaal. NAD noemt het zelf een “Direct Digital Powered DAC”. Het is een “Digital-to-Analogue-Conversion” die in de eindtrap zit. Dat zet dus om naar analoog. Op wikipedia vind ik:
    http://en.wikipedia.org/wiki/Pulse-width_modulation#Audio_effects_and_amplification
    “A new class of audio amplifiers based on the PWM principle is becoming popular. Called “Class-D amplifiers”, they produce a PWM equivalent of the analog input signal which is fed to the loudspeaker via a suitable filter network”. Oftwewel dit wordt “klasse-D” genoemd.

    Ik lees dat de technologie al wat ouder is maar niet eenvoudig om nauwkeurig te implementeren. Je hebt een feedback lus nodig om fouten te compenseren ten gevolge van het analoge filter en de impedanties die de versterker ziet. Zoiets als vroeger in de motional feedback luidsprekers van Philips zat. Hier vond ik een diepgaand academisch artikel wat op de fouten in het signaal ingaat:
    http://www.icepower.bang-olufsen.com/files/ph.d.thesis/Chapter_3.pdf
    In feite is zo’n klasse D eindtrap gewoon een analoog stuk elektronica. Dus energievoorziening speelt een grote rol zoals je al aangeeft. En dus ook de impedanties die de eindtrap ziet. NAD heeft het blijkbaar goed voor elkaar maar Direct Digital is nou ook weer geen wondermiddel. Gewoon blijven luisteren dus.

    Het mooie is wel dat alles voor de eindtrap digitaal gehouden kan worden. Er is geen pre-amp meer. Toonregeling, volumeregeling, signaal keuze, bekabeling .. dat heeft geen enkele invloed meer op klankkleur, ruis, overspraak, vervorming, jitter/flutter … de zaken die de analoge wereld altijd geplaagd hebben daar heb je geen last meer van. Dat is wel even wennen…

    Nog even een extreem voorbeeld over kabels: digitaal kan ik nu vanuit mijn huis over een kilometers lange dunne koperdraad die niet afgeschermd is en al 50 jaar in de grond ligt een 100% perfect HD audio signaal naar je NAD M12 toe sturen wat vervolgens bij jou uit de luidsprekers komt alsof je het ter plekke afspeelt. Dat heet ADSL :)

    Beantwoorden
    • Dag Erwin,

      Dank voor je links en toelichting. Ik heb geen academische achtergrond op technisch vlak. Ik kan echter wel techniek begrijpen met wat gezond verstand. Ik zal het eens doorspitten. NAD noemt zijn M2 en C390DD ook wel dacs met een hoog uitgangsvermogen. Dus in feite klopt dat wel.

      Over de kabels… tsja… ik ken deze voorbeelden. Ik geloof mijn oren gewoon. Als ik een touwtje tussen mijn apparatuur doe, hoor ik toch dat er zaken misgaan. Er speelt dus vast meer dan alleen bits en bytes die aankomen.

  2. Erwin Groen

    Beste Jaap, ik ben op zoek naar een goede versterker met DAC en kwam zo op deze pagina uit. Wat betreft het digitale jitter verhaal, daar is veel over geschreven in de afgelopen jaren, maar als ik op internet lees heeft de voortschreidende techniek alle discussies inmiddels platgeslagen. Ook deze NAD vangt alle getallen van welke digitale input dan ook eerst op in een DSP die ze buffert. De DSP stuurt de samples daarna weer uit naar de DAC, natuurlijk bijna perfect opnieuw geklokt door NAD.

    Bij deze “class D” NAD is de DAC letterlijk ook meteen de eindtrap en dat vind ik een mooi concept. Het punt is, welke digitale input je ook gebruikt is totaal irrelevant: de DSP en DAC bepalen het klankbeeld. Als de data pakketjes maar in goede orde bij de DSP binnenkomen. En dat doen ze toch wel, goedkope kabel of dure kabel of USB of spdif of HDMI input, dat maakt niet uit. Bij goedkope kabels moet er wellicht wat meer geleund worden op de error correctie. En als het mis gaat werkt het meestal helemaal niet is mijn ervaring. Bijvoorbeeld bij een hele lange kabel of slechte connectoren. Maar dat heeft dus volgens mij niks met “klankverschil” te maken. Mocht ik dat verkeerd begrepen hebben dan hoor ik dat graag.

    Beantwoorden
    • Dag Erwin,

      Laat ik allereerst melden dat Direct Digital van NAD absoluut niets te maken heeft met klasse-D. Direct Digital zet niet om naar analoog. Het stuurt PWM uit, maar dan wel direct uit de dac. PCM wordt dus direct omgezet naar PWM. Mede daardoor is Direct Digital vrijwel ongevoelig voor jitter. Echter… het is bijzonder gevoelig voor energietoevoer: zet nooit een filter tussen een D390DD of M2, want dan klinkt het nergens meer naar.

      Over kabels kan ik niet zoveel melden: ik heb HDMI kabels van AudioQuest (Vodka) en Spdif van zowel AudioQuest als Art Speak gebruikt. Ik speel nu op een NAD M12 met Van Medevoort PA333 en daar werkt het allemaal prima op. Klinkt open, vloeiend en strak gefocusseerd.

      Vergeet niet dat ook digitale signalen gewoon ‘analoog’ als stroompjes door de kabel heen moeten gaan. De ontvangende kant moet het wel allemaal begrijpen. Misschien wel juist bij Direct Digital, omdat het vrijwel direct naar PWM gaat. Ik speel meestal op ‘safe’ door een goede middensegment kabel te gebruiken. Daar is de prijs / kwaliteit ook het meest gunstig.

      Over klankverschil… naar mijn mening is dat een matige, digitale interlink neigt naar scherpte. Ook bij een NAD C390DD. Echter speelt daar energievoorziening een veel grotere rol is mijn ervaring. En vergeet niet de impedantie bij die versterker goed te zetten. Wereld van verschil.

  3. Beste Jaap,

    Mooie en eerlijke recensie die je hebt geschreven van de NAD C390DD. Ik bezit de versterker sinds December en ben nog steeds iedere dag enorm onder de indruk van de grote kwaliteiten die deze nieuwe gecombineerde DAC/versterker technologie van NAD / zetex biedt.

    Ik heb zojuist een post geplaatst op een Australische website van een andere recensent en beschrijft mijn luisterervaring van de afgelopen maanden:

    http://www.digitalaudioreview.net/2012/07/nad-c-390dd-powered-dac-amplifier-review-part-1/

    Een tip die ik daar meldt betreft de bijzondere upgrade van de S/PDIF -> AES/EBU transformer van CANARE ( tip van een M2 bezitter en recensent Rene van Es overigens) Ik weet niet of deze transformer het meettechnisch allemaal wel zo goed doet, maar klankmatig was ik helemaal ‘ flabbergasted’ Alsof stemmen ook lichamen, armen en benen erbij hebben gekregen zeg maar..! Meer fundament, meer rust, nog meer vloeiend en 3D . Heel vreemd dat er in het digitale domein zoveel hoorbare zaken gebeuren !

    Probeer het eens uit, want die transformer kost niet veel ! Ik ben heel benieuwd!

    Canare BCJ-XP-TRB 75 Ohm to 110 Ohm Digital Audio Impedance Transformer

    Groeten , Peter V.

    Beantwoorden
    • Beste audiophilemusic,

      Dank! En proficiat met de mooie aankoop. Ik heb inderdaad van Rene begrepen dat die Canare erg veel doet bij de NAD. Ik heb – zoals het verhaal al zegt – ook gemerkt dat bekabeling kritisch is bij de C390DD. Kwestie van rekening mee houden dus!

      Veel luisterplezier toegewenst!

  4. Eric Raven

    Hoi Jaap,

    Dank je wel voor je reactie! Ja, HDMI kan inderdaad veel jitter veroorzaken. Ik stream alles via SPDIF. Ik heb een Cambridge Audio ID-100 voor mijn iPad die lossless muziek streamt vanaf mijn NAS. Die ID-100 reclockt het het digitale signaal voordat hij de data doorstuurt naar mijn DAC. Mijn pc is ook via SPDIF aangesloten en gebruikt het WASAPI protocol. Mijn versterker is een Denon A1SR met (volgens mij) een goede interne DAC. Ik hoop dat ik op deze manier zoveel mogelijk jitter voorkom. Wat denk jij?

    Groeten Eric

    Beantwoorden
    • Dat moet prima werken. Ik hoor in ieder geval geen gekke dingen. En als jij het goed vindt klinken, is het toch prima? Immers: het gaat om de beleving.

  5. Eric Raven

    Hallo Jaap,

    Hoe is het mogelijk dat er een verschil zit in geluidsweergave tussen digitale ingangen? Uiteindelijk moet de DAC 1’tjes en 0’tjes ontvangen en omzetten naar analoog. Er bestaat niet zoiets als grotere of kleinere of misvormde 1’tjes/0’tjes…

    Ook zou er geen tot zeer weinig verschil tussen digitale bekabeling moeten zijn. Het is geen signaal wat je vervoert zoals in een analoge RCA kabel, maar je vervoert data. Dat komt aan of niet. Uiteraard moet er niet teveel jitter optreden, want dat verlies je kwaliteit. Maar nooit in de vorm van openheid van het geluid etc, maar dan krijg je geluidstechnische artefacts.

    Het verschil in analoge bekabeling is vaak wel goed te horen tussen mindere en betere kabels doordat er een elektrisch signaal over de kabel gaat en deze makkelijk te beinvloeden is.

    Groeten Eric

    Beantwoorden
    • Dag Eric,

      Ik heb al regelmatig geschreven over jitter… afwijkingen in een kloksignaal voor digitale conversie. Aangezien de NAD alleen Lpcm accepteert via hdmi, is er wel degelijk een klankverschil mogelijk tussen hdmi en spdif via coax. Hdmi bezit namelijk véél meer jitter dan spdif via optisch of coax. En dat is dus hoorbaar. Ik zou adviseren het gewoon te gaan proberen, als je de kans hebt.

      Vriendelijke groet,

      Jaap

Geef een reactie

XHTML: U kunt deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>