Final 600i

in Recensies (542) | Luidsprekers (107) |


Hij staat statig in de woonkamer, is doorschijnend, slank, zilver met zwart, ongeveer anderhalve meter hoog en wacht hooggespannen op een signaal van mijn kant.De Final 600i?

Final, oer-hollands, maar het gaat niet echt lekker met ze... helaas.

Final, oer-hollands, maar het gaat niet echt lekker met ze… helaas.

De Final 600i is met recht het grote broertje van de 400i. Hij is namelijk 33 centimeter hoger dan de 400i. Geen gering verschil. Daarnaast is hij acht centimeter breder. Het gevolg: de 600i gaat tot 45 Hz in het laag, 20 Hz meer dan de 400i die met een frequentiebereik van 65 Hz tot 22 kHz absoluut een subwoofer nodig heeft om dat laatste octaafje eruit te persen. Hoe zit dat met de 600i?

Afwijkende benadering
In het februarinummer heb je de ervaringen van Hans Vaatstra met de 400i kunnen lezen. Met recht een lovend stuk. Hij heeft daarbij ook een stukje techniek toegelicht. Kort samengevat werken de nieuwe Finals met een wisselspanning op het membraam en twee hoogspannings-statoren. Hij werkt dus precies andersom dan een ?gewone? elektrostaat. Voor meer details, verwijs ik je naar het februarinummer van HVT en het kader.
Door deze afwijkende benadering is het mogelijk de panelen ? net als die van QUAD ? in te delen. Op de 600i, net als op de 400i?s, zijn namelijk drie verticaal georiënteerde, niet geleidende strips te vinden. Die strips delen het paneel in Final 600i vieren: een deel voor het hoog en drie delen voor het midden- en laaggebied.Evenredig aan de vereenvoudigde techniek staat: een eenvoudiger en slanker ontwerp, een goedkoper productieproces, een betere (en ook breder gefocusseerde) weergave en een lichter product.

Lichtgewicht met zwaar geschut
Verkooppraatje of niet, de Final is met een kleine negen kilo inderdaad erg licht en de ?doos? met elektronica achter de Final is zonder twijfel opvallend klein. Daardoor valt hij volledig uit zicht. Helaas heeft Final de voedingsstekkers goedkoop ?moeten? houden. Dat hoort simpelweg niet in deze klasse van ?pak ?em beet? ? 5.400 voor een setje luidsprekers. De S200 subwoofer kost nog eens een respectabele ? 1.400. De stekkers zouden zo bij een discman of goedkope router verkocht kunnen worden. Hein van der Klaauw van importeur Mafico verzekert me echter dat Final met een degelijker model bezig is.
Bij de twee 600i?s (en uiteraard ook de 400i?s, 1000i?s en ? indien gewenst ? 1400i?s) heeft Final een bijpassende ? uiteraard actieve ? subwooferlijn ter de beschikking

Meer body? Een S220 levert aardig wat fundament.

Meer body? Een S220 levert aardig wat fundament.

gesteld. De lijn begint bij de S90 (60 watt), maar die voegt met een frequentiebereik van 40 Hz tot 300 Hz weinig toe. Final meldt ook dat deze niet voor de 400i of 600i bedoeld is. De S100 (100 watt) loopt van 35 tot 240 Hz en zou een handje kunnen helpen. Mafico heeft me echter het topmodel, de S200 (160 watt) toevertrouwd. Deze loopt van 25 tot 225 Hz en vult daarmee wel degelijk flink aan. De crossoverregeling is instelbaar van 75 tot 225 Hz.
Als elektronica heb ik een Bryston-set gebruikt met een April Music ?Eximus cd10? CD-speler. Beide producten die, met een prijs van ? 3.990 voor de BP26 voorversterker en ? 4.290 voor de 4B SST eindversterker en ? 5.400 voor de Eximus cd10, zonder enige twijfel in deze klasse thuishoren. De bekabeling bestond uit de standaard Siltech New-York kabels ter redactie.

Tot op de vezel
Je mag van een dergelijke set heel wat verwachten. En gelukkig brengt het geheel ook aardig wat genot. De grootste kracht van de Final?s ligt overduidelijk in detailweergave. Werkelijk elke vezel wordt door het folie

Bij de Final elektrostaten staat de hoogspanning op de beide statoren (buitenste platen). Op het membraan staat het audiosignaal (AC, oftewel de audio-wisselspanning). Door deze techniek kun je het membraan dus opdelen in bijvoorbeeld secties voor het laag en het hoog. Bij een ?gewone elektrostaat? staat de constante hoogspanning op het membraan en het audio-signaal op de statoren. Hiermee is het veel lastiger om een inverter-techniek te realiseren met de bijbehorende controle over de dispersie (afstraling). Omdat je invloed op de afmetingen van die secties hebt, kun je de zogenaamde dispersie controleren. Je kunt die afmetingen zodanig kiezen, dat de ?hotspot? geen rol meer speelt. Het uiteindelijke resultaat van de inverter is dat de Finals een brede soundstage neerzetten, welke geen hotspot kent, maar op veel plaatsen in de kamer goed waarneembaar is. De nieuwste versie van de 400i heeft twee zogenaamde niet geleidende ?spacers? en drie geluids-afstralende membraan-delen, terwijl de 600i drie spacers en vier membraan-delen heeft.

Bij de Final elektrostaten staat de hoogspanning op de beide statoren (buitenste platen). Op het membraan staat het audiosignaal (AC, oftewel de audio-wisselspanning). Door deze techniek kun je het membraan dus opdelen in bijvoorbeeld secties voor het laag en het hoog. Bij een ?gewone elektrostaat? staat de constante hoogspanning op het membraan en het audio-signaal op de statoren. Hiermee is het veel lastiger om een inverter-techniek te realiseren met de bijbehorende controle over de dispersie (afstraling). Omdat je invloed op de afmetingen van die secties hebt, kun je de zogenaamde dispersie controleren. Je kunt die afmetingen zodanig kiezen, dat de ?hotspot? geen rol meer speelt. Het uiteindelijke resultaat van de inverter is dat de Finals een brede soundstage neerzetten, welke geen hotspot kent, maar op veel plaatsen in de kamer goed waarneembaar is. De nieuwste versie van de 400i heeft twee zogenaamde niet geleidende ?spacers? en drie geluids-afstralende membraan-delen, terwijl de 600i drie spacers en vier membraan-delen heeft.

weergegeven. De 600i?s maken het zo bont dat ik bij het bijzonder lastige nummer ?Dirty little secret? van het album Afterglow van Sarah McLaughlan de bekkens hoor nagalmen! Sommige systemen (ook duurdere!) weten niet eens de brushes fatsoenlijk weer te geven, laat staan dat ze het koper laten horen. Ik word er direct aan herinnerd waarom ik zo?n liefhebber ben van elektrostatische luidsprekers.
Bij de heerlijk afwisselende CD van Tosca (Dorfmeister) zetten de Final?s wederom een intrigerende presentatie neer. Het openingnummer ?Rondo Acapricio? is een zeer pakkend nummer dat moet swingen en dat doet het! De felle snaredrum knalt de kamer in, net als de ?loop? die naar een harde middentoon moduleert. De Finals versluieren dit gelukkig niet, want Tosca heeft het zo bedoeld. Als de basloop aangekondigd wordt, zit ik op het puntje van mijn stoel om te kijken hoe dynamisch dit tweetal het weet neer te zetten. Moeiteloos, pakkend, snel en krachtig? indrukwekkend.
Het bijzondere aan de Final?s is dat ze, ondanks de zee aan details, nooit vermoeiend zijn. Het geheel blijft: mild, luchtig, los en ruimtelijk. Hoe hard je ook draait, hoe lastig het plaatje ook is. Tijd voor wat zwaarder werk.
Khoiba?s ?Nice Traps? verdwijnt in de Eximus bovenladende CD-speler. Ik kies ?Pathetic?; een nummer dat in het begin gebruik maakt van een aantal snelle effecten die ondersteund worden door een zeer lage bastoon. En hier mis ik simpelweg het gebied onder de 45 Hz: het blijft naast de perfect geplaatste effecten namelijk muisstil. Dit motiveerde me de S200 subwoofer uit de doos te halen, want tot nu toe heb ik alles zonder deze helpende hand gespeeld.
Mét de hulp van de S200 worden de 600i?s keurig aangevuld in het gebied van 25 Hz tot 75 Hz. Je kan indien gewenst vanaf 225 Hz aanvullen. En door deze helpende hand, doet het geheel toch completer aan. De dieptevorming wordt onderstreept en de detailvoering in het middengebied wordt verscherpt, doordat het fundament steviger aandoet. Bovendien wordt het contrast tussen laag, midden en hoog nog wat duidelijker, waardoor niet alleen het laag kleurrijker wordt, maar ook het midden- en hooggebied meer sprankeling krijgt.

Puntje precies
Puntbronnen in het algemeen ? en onder de elektrostaten is alleen de QUAD een puntbron ? hebben het voordeel dat je niet precies in het midden hoeft te zitten voor een fatsoenlijk stereobeeld. Elektrostaten echter? die zijn verschrikkelijk kritisch op dat gebied. Tenminste tot nu. De nieuwe Martin Logan?s zijn al stukken minder kritisch geworden door de boogvorm van het paneel. Final doet het anders. Zij houden het paneel wel recht, waardoor de constructie van de luidspreker vele malen gemakkelijker is. De inverter-technology en de indeling van het paneel in een hoog-, midden- en laaggebied zorgen voor een betere en minder kritische beeldvorming. Daardoor zijn de Final?s niet langer een eenmansshow, maar een systeem waar twee of meer mensen van kunnen genieten. Eindelijk een gezellig avondje muziek luisteren mét gezelschap.

Conclusie

Onze Nederlanders hebben het weer voor elkaar gekregen. De Final 600i is een machtig mooie luidspreker. Zowel klankmatig als optisch. En zowel zonder als mét de hulp van de S200 subwoofer. De detailreproductie is magistraal, het stereobeeld prachtig én stukken minder kritisch dan voorheen het geval was bij elektrostatische luidsprekers. Daarnaast blijven de Final?s ook onder lastige omstandigheden mild; een kracht die niet veel luidsprekers hebben. En dat alles voor een setprijs van ? 6.800 inclusief S200 subwoofer.

  • […] verfijning dat zorgt voor magie. De versterkercombinatie heb ik ook in combinatie met een stel Final?s gehoord en dat was in één woord magie. Al hoorde ik dat de eindversterker van tijd tot tijd […]

  • Geef een reactie

    XHTML: U kunt deze tags gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>


    Gerelateerde items? Zie ook: